Sinds 20 januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. De
regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en
verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in- en
uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een
vraag over dit onderwerp.
Vraag: in ons laboratorium maken we
zelf mengsels voor onderzoek in het laboratorium. Moeten deze ook
volgens CLP worden geëtiketteerd?
De algemene
etiketteringsverplichtingen gelden voor stoffen en mengsels die in de
handel komen. Dat is hier niet het geval. In dit geval wordt de
etikettering voorgeschreven in de arbeidsomstandighedenregelgeving. In
het bijzonder geldt hier Beleidsregel 4.1c-2: Etikettering gevaarlijke
stoffen die op de werkplek aanwezig zijn.
Op verpakkingen van
gevaarlijke producten op de werkplek moet ten minste de volgende
informatie staan:
a: de naam van de gevaarlijke stof en de
relevante gevaarlijke bestanddelen
b: gevaarssymbolen en
gevaarsbenamingen
c: waarschuwingszinnen
Op
laboratoriumhulpmiddelen (zoals flessen, schaaltjes en kolven) die voor
steeds wisselende chemicaliën worden gebruikt, hoeven overigens niet
steeds alle voor de werkpleketikettering verplichte aanduidingen te zijn
aangebracht. In deze gevallen volstaat voor een enkelvoudige stof de
officiële stofnaam, en voor een mengsel de gangbare benaming of de
gevaarlijke bestanddelen. Deze aanduidingen zijn niet verplicht wanneer
hulpmiddelen alleen gebruikt worden voor kortdurende handelingen.
De
beleidsregel is op dit moment nog gebaseerd op de inmiddels ingetrokken
Wet Milieugevaarlijke Stoffen, en zal binnenkort worden aangepast
vanwege de CLP-verordening.
Bekijk alle CLP-vragen en
-antwoorden op
www.vnci.nl/clp
Ook een vraag over CLP?
Neem dan per e-mail
contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well
Lees de opinie van de VNCI
over CLP