Geen 30% minder CO2-uitstoot in 2020, maar 50% in 2032. Dat stelt de
VNCI voor in een brief aan Eurocommissaris Neelie Kroes en de
demissionaire ministers Huizinga (VROM), Van der Hoeven (Economische
Zaken) en De Jager (Financiën). Zij reageert hiermee op het plan van
Eurocommissaris Hedegaard van Milieu om de Europese industrie in 2020
30% minder CO2 te laten uitstoten dan in 1990. Volgens de VNCI brengt
dit het economische herstel van de sector in gevaar. Een overambitieuze
eis zou de onzekerheid bij het bedrijfsleven laten toenemen, terwijl
investeringen in Europa worden ontmoedigd of vertraagd.
Volgens
de VNCI is het überhaupt nog geen uitgemaakte zaak of het huidige doel
van 20% CO2-emissiereductie via de emissiehandel gehaald kan worden
zonder het concurrentievermogen en de productie-infrastructuur van
Europa schade toe te brengen. Ook zijn de Europese en Nederlandse
industrie nog niet hersteld van de 'ergste crisis in de recente
geschiedenis', waarschuwt de VNCI in haar brief. Nu de lat voor
emissiereductie hoger leggen zou daarom funest zijn.
Aangezien de
VNCI het doel steunt om de CO2-emissie in Europa te verminderen, draagt
zij diverse alternatieven aan. Zo zou het emissiehandelsysteem zo
ingesteld moeten worden dat er een stabiele prijs voor
CO2-emissierechten ontstaat. Dit biedt bedrijven de zekerheid dat
investeren in CO2-reductie echt rendeert. Momenteel ligt de prijs voor
emissierechten laag en is de toekomstige prijs onvoorspelbaar, waardoor
het kopen van rechten aantrekkelijker wordt dan het beperken van
emissies. Er moet daarnaast zekerheid zijn dat de Europese chemische
industrie mondiaal kan blijven concurreren, ook als er geen
internationaal verdrag komt om de CO2-emissie te beperken.
Naast
een goed werkend emissiehandelssysteem pleit de VNCI voor meer
innovatie. De chemische industrie kan hierdoor efficiënter omgaan met
energie en grondstoffen, waardoor de CO2-voetafdruk van producten
drastisch afneemt. Ook ontstaan door meer innovatie nieuwe banen. Juist
Nederland, dat de chemie heeft aangewezen als 1 van de innovatieve
sleutelgebieden en waar chemie 1 van de grootste economische sectoren
is, zou de voortrekkersrol op zich moeten nemen om hier optimaal van te
profiteren.
Ondanks het teleurstellende resultaat van de
onderhandelingen afgelopen jaar in Kopenhagen, willen chemische
bedrijven in Nederland onverminderd blijven investeren om het gebruik
van fossiele brandstoffen terug te dringen en CO2-emissies te reduceren.
Zo heeft de Nederlandse chemie via de Regiegroep Chemie in 2007 de ambitie
uitgesproken om de CO2-uitstoot over 25 jaar te halveren. Ook
presenteerde de sector dit jaar een studie naar het potentieel van extra
warmtekrachtkoppelingsinstallaties om energie te besparen.
De
brief besluit met het aanbod om met de Nederlandse overheid en de
Europese Unie een routekaart te ontwikkelen voor een haalbaar programma
om de broeikasgasemissies te verminderen. Via convenanten is de VNCI
hiermee in Nederland al begonnen. De VNCI wil op Nederlands en Europees
niveau hierover verder praten met de betrokken ministers.
Lees de opinie van de VNCI over de situatie na Kopenhagen