Sinds 20 januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. De
regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en
verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in- en
uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een
vraag over dit onderwerp.
Vraag: welke verpakkingen moeten
worden voorzien van kinderveilige sluitingen?
De criteria
voor de toepassing van kinderveilige sluitingen staan in de Bijlage II
van CLP. Verpakkingen moeten zijn voorzien van een kinderveilige
sluiting als zij een stof of mengsel bevatten die voor het grote publiek
bestemd is én ingedeeld is in de hoogste categorieën van de
gevarenklassen voor acute toxiciteit, huidcorrosie, en specifieke
doelorgaantoxiciteit (
zie ook CLP-vraag 38) bij
eenmalige en herhaalde blootstelling.
Ook verpakkingen die een
stof of een mengsel bevatten die voor het grote publiek bestemd is en
die aspiratiegevaar oplevert, moeten zijn voorzien van een kinderveilige
sluiting. De uitzondering hierop vormen stoffen en mengsels die in een
spuitbus of in een houder met een vaste verstuiver in de handel worden
gebracht. Methanol- en dichloormethaanhoudende producten, bestemd voor
het grote publiek, moeten ook zijn voorzien van een kinderveilige
sluiting.
Kinderveilige sluitingen van hersluitbare verpakkingen
moeten voldoen aan de ISO-norm "Kinderveilige verpakkingen — Eisen en
beproevingsmethoden ten aanzien van hersluitbare verpakkingen" (zoals
vastgesteld door het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) en de
Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO)). Ook voor
kinderveilige sluitingen voor niet-hersluitbare verpakkingen gelden
technische ISO-eisen.
Bekijk alle CLP-vragen en -antwoorden op
www.vnci.nl/clp
Ook een vraag over CLP?
Neem dan per e-mail
contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well
Lees de opinie van de VNCI
over CLP