De VNCI
steunt het voorstel om het goederenvervoer per spoor door Zwijndrecht en
Dordrecht via een tunnel te laten verlopen. Ook wijst de vereniging op
de andere mogelijkheden die er zijn om het risico voor de Drechtsteden
te verlagen zonder het probleem te verplaatsen. Dat gaf
VNCI-beleidsmedewerker veiligheid Macco Korteweg Maris 2 februari aan
tijdens een bijeenkomst met de bestuurders van de 2 gemeenten en een
aantal Kamerleden.
Dordrecht en Zwijndrecht wezen tijdens de
discussie op
de consequenties van het Basisnet spoor voor de gemeentes en de
oplossingen die hiervoor mogelijk zijn. De VNCI heeft begrip voor deze
actie, aangezien de grootste veiligheidsknelpunten in het
spoornetwerk in deze plaatsen liggen. De vereniging pleit voor een
oplossing waarbij de veiligheid van de burgers groot is én het vervoer
van gevaarlijke stoffen mogelijk blijft.
Het aanleggen van een
spoortunnel voor goederenvervoer, een van de
oplossingen die Dordrecht en Zwijndrecht noemen, is volgens de VNCI een
duurzame oplossing. Deze tunnel garandeert het vervoer tussen met name
Rotterdam
en Antwerpen voor vele jaren, waarbij groei mogelijk blijft. Volgens de
VNCI zijn er daarnaast nog andere oplossingen, zoals de zogenaamde
'VEZA-lijn'. Deze aansluiting tussen de spoorlijn Vlissingen-Roosendaal
en de Nederlands-Belgische grens zorgt ervoor dat
vervoer vanuit
Vlissingen naar België niet meer twee keer door Dordrecht en Zwijndrecht
moet om te rangeren op Kijfhoek tussen Rotterdam en Dordrecht.
De
VNCI pleit ervoor om dit soort oplossingen grondig te onderzoeken
voordat het Basisnet wordt vastgesteld. De aanwezige vaste
kamercommissie van Verkeer en Waterstaat, Poppe, Aptroot en Boelhouwer,
roept de betrokken partijen op om deze oplossingen onder de aandacht te
brengen bij de ministers van Verkeer en Waterstaat en Ruimtelijke
Ordening.
Lees verder over het standpunt van Dordrecht en Zwijndrecht
Lees de opinie van de VNCI over logistieke veiligheid