Sinds 20
januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe
regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en
verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in-
en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag over dit onderwerp.
Vraag: hoe selecteer ik de gevaarsaanduidingen (H-zinnen) voor mijn stof?
De op het etiket te gebruiken H-zinnen zijn afhankelijk van de
indeling van de stof. Voor elk van de gevarenklassen (beschreven in
Bijlage I, delen 2 (fysische gevaren), 3 (gezondheidsgevaren), 4
(milieugevaren) en 5 (aanvullende EU-klasse voor gevaar voor de
ozonlaag)) zijn in desbetreffende delen van die Bijlage tabellen
opgenomen met de voor de indeling toepasselijke gevaarsaanduidingen.
Voorbeeld: stof X wordt op basis van zijn eigenschappen ingedeeld als
- Ontvlambare vloeistof, categorie 2 (deel 2, paragraaf 2.6 e.v.)
- Acuut (oraal) toxisch, categorie 4 (deel 3, paragraaf 3.1 e.v.)
- Chronisch toxisch voor het aquatisch milieu, categorie 2 (Deel 4, paragraaf 4.1 e.v.)
De te gebruiken H-zinnen staan in respectievelijk de tabellen 2.6.2, 3.1.3 en 4.1.4:
- H225: Licht ontvlambare vloeistof en damp
- H302: Schadelijk bij inslikken
- H411: Giftig voor in water levende organismen, met langdurige gevolgen.
Voor H-zinnen geldt een voorrangsregeling, maar in principe worden alle toepasselijke gevaren gemeld op het etiket (zie ook de
vraag van de week 19).
Voor stoffen die in Bijlage VI, deel 3 zijn opgenomen gelden speciale regels. Daarover volgende week meer.
Bekijk alle CLP-vragen en -antwoorden op
www.vnci.nl/clp
Ook een vraag over CLP?
Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well
Lees de opinie van de VNCI over CLP