Home
Chemie en...
AAA

VNCI online

Rss-feed Blijf bij @ RSS-feed
Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

Chemie in 2030

Toekomst chemie
Bekijk het rapport

Artikelen uit de Chemie nieuwsbrief

<< Bekijk alle nieuwsbriefartikelen

De CLP-vraag van de week 39: welke indeling geldt voor eenmalige blootstelling?

Uitgave: Nieuwsbrief 2009 week 51 > Categorie: VNCI Stoffenbeleid > Datum: 17 Dec 2009

Sinds 20 januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in- en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag over dit onderwerp.

Vraag: welke indelingen kent CLP voor specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling (deel 3.8 van Bijlage I)?

Stoffen worden op basis van hun effecten onderverdeeld in drie categorieën.

Categorie 1
In categorie 1 komen de stoffen die significante toxiciteit bij mensen hebben veroorzaakt of waarvan op grond van dierproefgegevens wordt verondersteld dat zij significante toxiciteit bij mensen kunnen veroorzaken bij eenmalige blootstelling.

Stoffen worden in categorie 1 voor specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling ingedeeld op basis van:
a: betrouwbare gegevens van goede kwaliteit over gevallen bij mensen of afkomstig van epidemiologische studies, of
b: waarnemingen in passende dierproeven waaruit blijkt dat zich, over het algemeen bij lage blootstellingsconcentraties, significante en/of ernstige toxische effecten voordeden die voor de gezondheid van de mens van belang zijn. In bijlage I worden richtwaarden voor doses en concentraties gegeven die bij het bepalen van de bewijskracht kunnen worden gebruikt (zie punt 3.8.2.1.9).

Categorie 2
Stoffen worden in categorie 2 ingedeeld als op grond van dierproefgegevens kan worden verondersteld dat zij schadelijk zijn voor de gezondheid van de mens bij eenmalige blootstelling. Stoffen worden in categorie 2 voor specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling ingedeeld op basis van waarnemingen in passende dierproeven waaruit blijkt dat zich, over het algemeen bij matige blootstellingsconcentraties, significante toxische effecten voordeden die voor de gezondheid van de mens van belang zijn. In punt 3.8.2.1.9 van bijlage I worden richtwaarden voor doses/concentraties gegeven om de indeling te vergemakkelijken. In uitzonderlijke gevallen kunnen ook gegevens bij de mens worden gebruikt om een stof in categorie 2 in te delen (zie punt 3.8.2.1.6 van Bijlage I).

Categorie 3
Stoffen met tijdelijke effecten op doelorganen worden in categorie 3 ingedeeld. Deze categorie omvat uitsluitend narcotische werking en irritatie van de luchtwegen. Dit zijn effecten op doelorganen waarbij een stof niet aan de criteria voor indeling in bovenstaande categorie 1 of 2 voldoet. Het betreft schadelijke effecten op menselijke functies die zich gedurende een korte periode na de blootstelling voordoen en waarvan mensen binnen een redelijke termijn kunnen herstellen zonder dat significante structuur- of functieveranderingen optreden. Stoffen worden overeenkomstig punt 3.8.2.2 van bijlage I specifiek voor deze effecten ingedeeld.

Bekijk alle CLP-vragen en -antwoorden op www.vnci.nl/clp

Ook een vraag over CLP? Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well

Lees de opinie van de VNCI over CLP

Blijf automatisch op de hoogte via de wekelijkse VNCI-nieuwsbrief


RSS-logo Abonneer uzelf via RSS op de nieuwsbrief