Sinds 20
januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe
regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en
verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in-
en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag over dit onderwerp.
Vraag: welke indelingen kent CLP voor specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling (deel 3.8 van Bijlage I)?
Stoffen worden op basis van hun effecten onderverdeeld in drie categorieën.
Categorie 1
In
categorie 1 komen de stoffen die significante toxiciteit bij mensen
hebben veroorzaakt of waarvan op grond van dierproefgegevens wordt
verondersteld dat zij significante toxiciteit bij mensen kunnen
veroorzaken bij eenmalige blootstelling.
Stoffen worden in categorie 1 voor specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling ingedeeld op basis van:
a: betrouwbare gegevens van goede kwaliteit over gevallen bij mensen of afkomstig van epidemiologische studies, of
b: waarnemingen in passende dierproeven waaruit blijkt dat zich, over
het algemeen bij lage blootstellingsconcentraties, significante en/of
ernstige toxische effecten voordeden die voor de gezondheid van de mens
van belang zijn. In bijlage I worden richtwaarden voor doses en
concentraties gegeven die bij het bepalen van de bewijskracht kunnen
worden gebruikt (zie punt 3.8.2.1.9).
Categorie 2
Stoffen worden in categorie 2 ingedeeld als op grond van
dierproefgegevens kan worden verondersteld dat zij schadelijk zijn voor
de gezondheid van de mens bij eenmalige blootstelling. Stoffen worden
in categorie 2 voor specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige
blootstelling ingedeeld op basis van waarnemingen in passende
dierproeven waaruit blijkt dat zich, over het algemeen bij matige
blootstellingsconcentraties, significante toxische effecten voordeden
die voor de gezondheid van de mens van belang zijn. In punt 3.8.2.1.9
van bijlage I worden richtwaarden voor doses/concentraties gegeven om
de indeling te vergemakkelijken. In uitzonderlijke gevallen kunnen ook
gegevens bij de mens worden gebruikt om een stof in categorie 2 in te
delen (zie punt 3.8.2.1.6 van Bijlage I).
Categorie 3
Stoffen met tijdelijke effecten op doelorganen worden in categorie 3
ingedeeld. Deze categorie omvat uitsluitend narcotische werking en
irritatie van de luchtwegen. Dit zijn effecten op doelorganen waarbij
een stof niet aan de criteria voor indeling in bovenstaande categorie 1
of 2 voldoet. Het betreft schadelijke effecten op menselijke functies
die zich gedurende een korte periode na de blootstelling voordoen en
waarvan mensen binnen een redelijke termijn kunnen herstellen zonder
dat significante structuur- of functieveranderingen optreden. Stoffen
worden overeenkomstig punt 3.8.2.2 van bijlage I specifiek voor deze
effecten ingedeeld.
Bekijk alle CLP-vragen en -antwoorden op
www.vnci.nl/clp
Ook een vraag over CLP?
Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well
Lees de opinie van de VNCI over CLP