Home
Chemie en...
AAA

VNCI online

Rss-feed Blijf bij @ RSS-feed
Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

Chemie in 2030

Toekomst chemie
Bekijk het rapport

Artikelen uit de Chemie nieuwsbrief

<< Bekijk alle nieuwsbriefartikelen

De CLP-vraag van de week 38: wat is specifieke doelorgaantoxiciteit'?

Uitgave: Nieuwsbrief 2009 week 50 > Categorie: VNCI Stoffenbeleid > Datum: 10 Dec 2009

Sinds 20 januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in- en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag over dit onderwerp.

Vraag: waar staat 'specifieke doelorgaantoxiciteit' voor?

Onder specifieke doelorgaantoxiciteit (of Specific Target Organ Toxicity, afgekort tot STOT) verstaat men specifieke, niet-letale doelorgaantoxiciteit door eenmalige of herhaalde blootstelling aan een stof of mengsel. Hieronder vallen alle significante gezondheidseffecten die lichaamsfuncties kunnen aantasten, ongeacht of zij omkeerbaar of onomkeerbaar zijn en onmiddellijk of vertraagd optreden, en niet specifiek behandeld zijn in de punten 3.1 tot en met 3.7 en punt 3.10 (zoals acute toxiciteit, CMR-effecten, en corrosie of irritatie van de huid of ogen) van bijlage I. In CLP wordt onderscheid gemaakt tussen specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling (deel 3.8 van Bijlage I) en herhaalde blootstelling (deel 3.9 van bijlage I).

Een voorbeeld van STOT is de neurotoxiciteit van oplosmiddelen zoals ethanol.

Bekijk alle CLP-vragen en -antwoorden op www.vnci.nl/clp

Ook een vraag over CLP? Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well

Lees de opinie van de VNCI over CLP

Blijf automatisch op de hoogte via de wekelijkse VNCI-nieuwsbrief


RSS-logo Abonneer uzelf via RSS op de nieuwsbrief