Sinds 20
januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe
regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en
verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in-
en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag over dit onderwerp.
Vraag: hoe wordt een mengsel ingedeeld als 'bijtend voor de huid/irriterend voor de huid'?
Antwoord:
De indeling van een mengsel is afhankelijk van de informatie die over het mengsel of de stoffen daarin beschikbaar is.
- Als
over het mengsel als geheel gegevens beschikbaar zijn wordt het mengsel
ingedeeld aan de hand van de criteria voor stoffen. Anders dan voor
andere gevarenklassen, zijn er voor huidcorrosie alternatieve
(in-vitro-)tests voor bepaalde soorten stoffen en mengsels beschikbaar
die een nauwkeurig, voor de indeling bruikbaar resultaat opleveren, en
die tegelijkertijd eenvoudig en relatief goedkoop kunnen worden
uitgevoerd. Ook kan een mengsel op basis van zijn pH-waarde worden
ingedeeld. Een mengsel wordt geacht bijtend voor de huid te zijn
(huidcategorie 1) als het een pH-waarde van 2 of lager, dan wel van
11,5 of hoger heeft. Indien op basis van de zuur-/alkalireserve wordt
vermoed dat de stof ondanks de hoge of lage pH-waarde niet bijtend is,
kunnen ter bevestiging aanvullende tests worden uitgevoerd (bij
voorkeur ook weer in-vitro).
- Wanneer het mengsel zelf niet op
huidirritatie/-corrosie is getest, maar wel voldoende gegevens over de
afzonderlijke bestanddelen en over soortgelijke geteste mengsels
beschikbaar zijn om de gevaren van het mengsel adequaat te typeren,
worden deze gegevens gebruikt overeenkomstig de extrapolatieregels,
beschreven in deel 1 van bijlage I.
- Wanneer gegevens over de
bestanddelen van een mengsel beschikbaar zijn, maar niet over het
mengsel als geheel, wordt de indeling van het mengsel als irriterend of
bijtend voor de huid gebaseerd op de zgn. somtheorie, dat wil zeggen
dat elk bijtend of irriterend bestanddeel naar rato van zijn potentie
en concentratie tot de algehele irriterende of bijtende eigenschappen
van het mengsel bijdraagt. Een wegingsfactor van 10 wordt toegepast
voor bijtende bestanddelen die in een concentratie onder de algemene
concentratiegrens voor indeling in categorie 1 aanwezig zijn, maar wel
in een concentratie die bijdraagt tot de indeling van het mengsel als
irriterend. Het mengsel wordt als bijtend of irriterend ingedeeld als
de som van de concentraties van dergelijke bestanddelen een van de
onderstaande concentratiegrenzen overschrijdt:

- Aan
de indeling van bepaalde soorten mengsels, die stoffen als zuren en
basen, anorganische zouten, aldehyden, fenolen en oppervlakteactieve
stoffen bevatten, moet bijzondere zorg worden besteed. De hierboven
beschreven aanpak is mogelijk niet bruikbaar omdat dergelijke stoffen
veelal bijtend of irriterend zijn bij concentraties van minder dan 1%.
In dat geval wordt het mengsel ingedeeld volgens de criteria en de
tabel hieronder:
- Voor mengsels die sterke zuren of
basen bevatten, wordt de pH-waarde als indelingscriterium gebruikt
omdat deze een betere indicator voor corrosie is dan de
concentratiegrenzen van de tabel hierboven.
- Een mengsel dat
bestanddelen bevat die bijtend of irriterend zijn voor de huid en dat
niet volgens de somaanpak kan worden ingedeeld omdat deze aanpak
wegens chemische eigenschappen onwerkbaar is, wordt ingedeeld in
bijtend voor de huid categorie 1A, 1B of 1C als het voor ten minste 1 %
bestaat uit een bestanddeel dat is ingedeeld in respectievelijk
categorie 1A, 1B of 1C, of in categorie 2 als het voor ten minste 3 %
bestaat uit een irriterend bestanddeel.
Het
kan voorkomen dat betrouwbare gegevens uitwijzen dat het gevaar voor
huidcorrosie/-irritatie van een bestanddeel zich niet voordoet wanneer
het bestanddeel aanwezig is in een hoeveelheid boven de algemene
concentratiegrenzen in de hierboven weergegeven tabellen. In deze
gevallen wordt het mengsel overeenkomstig die gegevens ingedeeld. In
andere gevallen, wanneer verwacht wordt dat het gevaar voor
huidcorrosie/-irritatie van een bestanddeel zich niet voordoet wanneer
het bestanddeel aanwezig is in een hoeveelheid boven de algemene
concentratiegrenzen in deze tabellen, wordt overwogen het mengsel te
testen. In deze gevallen wordt een gefaseerde strategie op basis van
bewijskracht gevolgd.
Als er gegevens zijn waaruit blijkt dat
een of meer bestanddelen bijtend of irriterend zijn bij een
concentratie van minder dan 1 % (bijtend) of minder dan 3 %
(irriterend), wordt het mengsel dienovereenkomstig ingedeeld.
Bekijk alle CLP-vragen en -antwoorden op
www.vnci.nl/clp
Ook een vraag over CLP?
Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well
Lees de opinie van de VNCI over CLP