Home
Chemie en...
AAA

VNCI online

Rss-feed Blijf bij @ RSS-feed
Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

Chemie in 2030

Toekomst chemie
Bekijk het rapport

Artikelen uit de Chemie nieuwsbrief

<< Bekijk alle nieuwsbriefartikelen

De CLP-vraag van de week 36: wanneer is een mengsel bijtend of irriterend?

Uitgave: Nieuwsbrief 2009 week 48 > Categorie: VNCI Stoffenbeleid > Datum: 26 Nov 2009

Sinds 20 januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in- en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag over dit onderwerp.

Vraag: hoe wordt een mengsel ingedeeld als 'bijtend voor de huid/irriterend voor de huid'?

Antwoord: De indeling van een mengsel is afhankelijk van de informatie die over het mengsel of de stoffen daarin beschikbaar is.
  1. Als over het mengsel als geheel gegevens beschikbaar zijn wordt het mengsel ingedeeld aan de hand van de criteria voor stoffen. Anders dan voor andere gevarenklassen, zijn er voor huidcorrosie alternatieve (in-vitro-)tests voor bepaalde soorten stoffen en mengsels beschikbaar die een nauwkeurig, voor de indeling bruikbaar resultaat opleveren, en die tegelijkertijd eenvoudig en relatief goedkoop kunnen worden uitgevoerd. Ook kan een mengsel op basis van zijn pH-waarde worden ingedeeld. Een mengsel wordt geacht bijtend voor de huid te zijn (huidcategorie 1) als het een pH-waarde van 2 of lager, dan wel van 11,5 of hoger heeft. Indien op basis van de zuur-/alkalireserve wordt vermoed dat de stof ondanks de hoge of lage pH-waarde niet bijtend is, kunnen ter bevestiging aanvullende tests worden uitgevoerd (bij voorkeur ook weer in-vitro).
  2. Wanneer het mengsel zelf niet op huidirritatie/-corrosie is getest, maar wel voldoende gegevens over de afzonderlijke bestanddelen en over soortgelijke geteste mengsels beschikbaar zijn om de gevaren van het mengsel adequaat te typeren, worden deze gegevens gebruikt overeenkomstig de extrapolatieregels, beschreven in deel 1 van bijlage I. 
  3. Wanneer gegevens over de bestanddelen van een mengsel beschikbaar zijn, maar niet over het mengsel als geheel, wordt de indeling van het mengsel als irriterend of bijtend voor de huid gebaseerd op de zgn. somtheorie, dat wil zeggen dat elk bijtend of irriterend bestanddeel naar rato van zijn potentie en concentratie tot de algehele irriterende of bijtende eigenschappen van het mengsel bijdraagt. Een wegingsfactor van 10 wordt toegepast voor bijtende bestanddelen die in een concentratie onder de algemene concentratiegrens voor indeling in categorie 1 aanwezig zijn, maar wel in een concentratie die bijdraagt tot de indeling van het mengsel als irriterend. Het mengsel wordt als bijtend of irriterend ingedeeld als de som van de concentraties van dergelijke bestanddelen een van de onderstaande concentratiegrenzen overschrijdt:

  4. Aan de indeling van bepaalde soorten mengsels, die stoffen als zuren en basen, anorganische zouten, aldehyden, fenolen en oppervlakteactieve stoffen bevatten, moet bijzondere zorg worden besteed. De hierboven beschreven aanpak is mogelijk niet bruikbaar omdat dergelijke stoffen veelal bijtend of irriterend zijn bij concentraties van minder dan 1%. In dat geval wordt het mengsel ingedeeld volgens de criteria en de tabel hieronder:
    1. Voor mengsels die sterke zuren of basen bevatten, wordt de pH-waarde als indelingscriterium gebruikt omdat deze een betere indicator voor corrosie is dan de concentratiegrenzen van de tabel hierboven. 
    2. Een mengsel dat bestanddelen bevat die bijtend of irriterend zijn voor de huid en dat niet volgens de somaanpak  kan worden ingedeeld omdat deze aanpak wegens chemische eigenschappen onwerkbaar is, wordt ingedeeld in bijtend voor de huid categorie 1A, 1B of 1C als het voor ten minste 1 % bestaat uit een bestanddeel dat is ingedeeld in respectievelijk categorie 1A, 1B of 1C, of in categorie 2 als het voor ten minste 3 % bestaat uit een irriterend bestanddeel.

 
Het kan voorkomen dat betrouwbare gegevens uitwijzen dat het gevaar voor huidcorrosie/-irritatie van een bestanddeel zich niet voordoet wanneer het bestanddeel aanwezig is in een hoeveelheid boven de algemene concentratiegrenzen in de hierboven weergegeven tabellen. In deze gevallen wordt het mengsel overeenkomstig die gegevens ingedeeld. In andere gevallen, wanneer verwacht wordt dat het gevaar voor huidcorrosie/-irritatie van een bestanddeel zich niet voordoet wanneer het bestanddeel aanwezig is in een hoeveelheid boven de algemene concentratiegrenzen in deze tabellen, wordt overwogen het mengsel te testen. In deze gevallen wordt een gefaseerde strategie op basis van bewijskracht gevolgd.

Als er gegevens zijn waaruit blijkt dat een of meer bestanddelen bijtend of irriterend zijn bij een concentratie van minder dan 1 % (bijtend) of minder dan 3 % (irriterend), wordt het mengsel dienovereenkomstig ingedeeld.

Bekijk alle CLP-vragen en -antwoorden op www.vnci.nl/clp

Ook een vraag over CLP? Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well

Lees de opinie van de VNCI over CLP

Blijf automatisch op de hoogte via de wekelijkse VNCI-nieuwsbrief


RSS-logo Abonneer uzelf via RSS op de nieuwsbrief