Sinds 20
januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe
regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en
verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in-
en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag over dit onderwerp.
Vraag: in GHS en de CLP-verordening worden stoffen
en mengsels ingedeeld op basis van hun gezondheids-, milieu- en fysische gevaren. Welke gezondheidsgevaren worden onderscheiden?
Antwoord: in GHS (overgenomen in de CLP) zijn criteria beschreven voor onder andere gezondheidsgevaren (bijlage I, deel 3). Als een stof of preparaat aan één of meer van die criteria voldoet, wordt deze ingedeeld in de toepasselijke gevarenklasse(n) in die bijlage. GHS en de verordening kennen tien van deze gevarenklassen:
- Acute toxiciteit
- Huidcorrosie/irritatie
- Ernstig oogletsel/oogirritatie
- Sensibilisatie van de luchtwegen of van de huid
- Mutageniteit
- Kankerverwekkendheid
- Voortplantingstoxiciteit
- Specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling
- Specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaalde blootstelling
- Aspiratiegevaar
Elk van deze klassen is weer onderverdeeld in een of meer
categorieën. In de komende weken wordt een aantal van deze
gevarenklassen nader toegelicht.
Bekijk alle CLP-vragen en -antwoorden op
www.vnci.nl/clp
Ook een vraag over CLP?
Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well
Lees de opinie van de VNCI over CLP