Sinds 20
januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe
regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en
verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in-
en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag over dit onderwerp.
Vraag: in het antwoord op vraag 30 (bekijk de vraag hier) werd gemeld dat het etiket voor op als gevaarlijk ingedeelde stoffen en mengsels een 'rubriek voor aanvullende informatie' kan bevatten. Wat staat daarin?
Het
etiket voor als gevaarlijk ingedeelde stoffen en mengsels bevat een
rubriek voor aanvullende informatie als deze stoffen of mengsels
bepaalde gezondheids- of fysische eigenschappen hebben waarvoor de de
Europese CLP-verordening wél, maar de internationale GHS-wetgeving géén
eisen stelt. Deze gevaareigenschappen worden omschreven met zogenaamde
EUH-zinnen. De criteria voor het selecteren van deze zinnen staan in
Bijlage II, paragrafen 1.1 en 1.2 van de CLP-verordening. Ook als voor
een stof, opgenomen in Bijlage VI deel 3, een EUH-zin is
voorgeschreven, wordt deze zin in de rubriek voor aanvullende
informatie opgenomen.
De rubriek wordt ook gebruikt voor
speciale meldingen (ook hier gaat hem om EUH-zinnen) die moeten worden
gebruikt voor onder meer gewasbeschermingsmiddelen, loodhoudende
mengsels, isocyanaathoudende mengsels en actief chloor. Deze eisen zijn
eveneens in Bijlage II.
De leverancier kan de rubriek voor
aanvullende informatie ook gebruiken voor andere informatie, mits die
informatie a: het niet moeilijker maakt om de in artikel 17 genoemde
etiketteringselementen te onderscheiden en b: nadere bijzonderheden
verstrekt en niet in tegenspraak is met of twijfel zaait over de
geldigheid van de met die etiketteringselementen verstrekte informatie.
Bekijk alle CLP-vragen en -antwoorden op
www.vnci.nl/clp
Ook een vraag over CLP?
Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well
Lees de opinie van de VNCI over CLP