Home
Chemie en...
AAA

VNCI online

Rss-feed Blijf bij @ RSS-feed
Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

Chemie in 2030

Toekomst chemie
Bekijk het rapport

Artikelen uit de Chemie nieuwsbrief

<< Bekijk alle nieuwsbriefartikelen

De CLP-vraag van week 25: hoe bepaal ik de chronische toxiciteit?

Uitgave: Nieuwsbrief 2009 week 35 > Categorie: VNCI Stoffenbeleid > Datum: 27 aug 2009

Sinds 20 januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in- en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag over dit onderwerp.

Vraag: hoe wordt de categorie-indeling van mengsels vastgesteld voor chronische toxiciteit (milieugevaar)?

Antwoord: de indeling van een mengsel met bestanddelen die als chronisch toxisch zijn ingedeeld (zie ook het eerdere artikel hierover) is afhankelijk van de categorie-indeling van de bestanddelen, hun concentraties en (als het mengsel bestanddelen bevat die als chronisch toxisch, categorie 1 zijn ingedeeld) de M-factor (zie het eerdere artikel hierover).

Om de indeling te kunnen vaststellen moet de volgende procedure worden doorlopen:

Eerst worden alle bestanddelen in aanmerking genomen die in categorie 1 voor chronische toxiciteit zijn ingedeeld. Als de som van deze bestanddelen, vermenigvuldigd met hun M-factoren, gelijk aan of groter is dan 25%, dan wordt het mengsel ingedeeld als categorie 1 voor chronische toxiciteit.

Wanneer het mengsel niet in categorie 1 voor chronische toxiciteit wordt ingedeeld, dan wordt beoordeeld of het mengsel in categorie 2 voor chronische toxiciteit moet worden ingedeeld. Een mengsel wordt in categorie 2 voor chronische toxiciteit ingedeeld als de uitkomst van de volgende berekening gelijk aan of groter dan 25% is: 10 keer de som van alle bestanddelen die in categorie 1 voor chronische toxiciteit zijn ingedeeld, vermenigvuldigd met hun M-factoren, plus de som van alle in categorie 2 voor chronische toxiciteit ingedeelde bestanddelen.

Wanneer het mengsel niet in categorie 1 of 2 voor chronische toxiciteit wordt ingedeeld, dan wordt beoordeeld of het mengsel in categorie 3 voor chronische toxiciteit moet worden ingedeeld. Een mengsel wordt in categorie 3 voor chronische toxiciteit ingedeeld als de uitkomst van de volgende berekening ten minste 25% bedraagt: 100 keer de som van alle in categorie 1 voor chronische toxiciteit ingedeelde bestanddelen, vermenigvuldigd met hun M-factoren, plus 10 keer de som van alle in categorie 2 voor chronische toxiciteit ingedeelde bestanddelen, plus de som van alle in categorie 3 voor chronische toxiciteit ingedeelde bestanddelen.

Als het mengsel niet in categorie 1, 2 of 3 voor chronische toxiciteit is ingedeeld, dan wordt overwogen of het mengsel in categorie 4 voor chronische toxiciteit moet worden ingedeeld. Een mengsel wordt in categorie 4 voor chronische toxiciteit ingedeeld als de som van de percentages van de in de categorieën 1, 2, 3 en 4 voor chronische toxiciteit ingedeelde bestanddelen gelijk aan of groter is dan 25%.

Schematisch ziet bovenstaande er als volgt uit:

Som van bestanddelen ingedeeld in:  Mengsel wordt ingedeeld in:
Categorie 1 voor chronische toxiciteit × M  ≥ 25 %  Categorie 1 voor chronische toxiciteit
(M × 10 × categorie 1 voor chronische toxiciteit) + categorie 2 voor chronische toxiciteit ≥ 25 %  Categorie 2 voor chronische toxiciteit
(M × 100 × categorie 1 voor chronische toxiciteit) + (10 × categorie 2 voor chronische toxiciteit) + categorie 3 voor chronische toxiciteit ≥ 25 %  Categorie 3 voor chronische toxiciteit
Categorie 1 voor chronische toxiciteit + categorie 2 voor chronische toxiciteit + categorie 3 voor chronische  toxiciteit + categorie 4 voor chronische toxiciteit ≥ 25 %  Categorie 4 voor chronische toxiciteit

Hieronder volgen enkele voorbeelden om bovenstaande te illustreren.

Voorbeeld 1: een mengsel bevat vier als chronisch toxisch ingedeelde stoffen:
  • 0,5% S1, ingedeeld in categorie 1 voor chronische toxiciteit, met een M-factor  = 100
  • 7% S2, ingedeeld in categorie 2 voor chronische toxiciteit
  • 10% S3, ingedeeld in categorie 2 voor chronische toxiciteit
  • 30% S4, ingedeeld in categorie 3 voor chronische toxiciteit
Vaststelling van de indeling:
  1. De som van de als Categorie 1 voor chronische toxiciteit ingedeelde stoffen × hun M-factoren = (0,5 x 100) = 50. De uitkomst is groter dan 25. Het mengsel wordt daarom ingedeeld in categorie 1.
Voorbeeld 2: een mengsel bevat een drietal als chronisch toxisch ingedeelde stoffen:
  • 0,5% S1, ingedeeld in categorie 1 voor chronische toxiciteit, met een M-factor  = 10
  • 1% S2, ingedeeld in categorie 1voor chronische toxiciteit, met een M-factor = 1
  • 8% S3, ingedeeld in categorie 2 voor chronische toxiciteit
Vaststelling van de indeling:
  1. De som van de als categorie 1 voor chronische toxiciteit ingedeelde stoffen × hun M-factoren = (0,5 x 10) + (1 x 1) = 6. De uitkomst is kleiner dan 25; het mengsel wordt niet ingedeeld in categorie 1.
  2. 10 x de som van alle in categorie 1 voor chronische toxiciteit ingedeelde bestanddelen x hun M-factoren + de som van alle in categorie 2 voor chronische toxiciteit ingedeelde bestanddelen = (10 x 0,1 x 10) + (10 x 1 x 1) + 8 = 28. De uitkomst is groter dan 25 en het mengsel wordt dus ingedeeld in categorie 2.
Voorbeeld 3: een mengsel bevat twee als chronisch toxisch ingedeelde stoffen:
  • 0,5% S1, ingedeeld in categorie 1 voor chronische toxiciteit, met een M-factor = 1
  • 1% S2, ingedeeld in categorie 1voor chronische toxiciteit, met een M-factor = 1
Vaststelling van de indeling:
  1. De som van de als Categorie 1 voor chronische toxiciteit ingedeelde stoffen × hun M-factoren = (0,5 x 1) + (1 x 1) = 1,5. De uitkomst is kleiner dan 25; het mengsel wordt niet ingedeeld in categorie 1.
  2. 10 x de som van alle in categorie 1 voor chronische toxiciteit ingedeelde bestanddelen x hun M-factoren = (10 x 0,5 x 1) + (10 x 1 x 1) = 15. De uitkomst is kleiner dan 25 en het mengsel wordt dus niet ingedeeld in categorie 2.
  3. 100 x de som van alle in categorie 1 voor chronische toxiciteit ingedeelde bestanddelen x hun M-factoren = (100 x 0,5 x 1) + (100 x 1 x 1) = 150. De uitkomst is groter dan 25 en het mengsel wordt dus ingedeeld incategorie 3.
Bekijk alle CLP-vragen en -antwoorden op www.vnci.nl/clp

Ook een vraag over CLP? Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well

VNCI-leden lezen verder over CLP in het bijbehorende dossier op het VNCI-ledennet ->

Blijf automatisch op de hoogte via de wekelijkse VNCI-nieuwsbrief


RSS-logo Abonneer uzelf via RSS op de nieuwsbrief