Home
Chemie en...
AAA

VNCI online

Rss-feed Blijf bij @ RSS-feed
Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

Chemie in 2030

Toekomst chemie
Bekijk het rapport

Artikelen uit de Chemie nieuwsbrief

<< Bekijk alle nieuwsbriefartikelen

De CLP-vraag van week 24: hoe werkt de milieugevaarsindeling?

Uitgave: Nieuwsbrief 2009 week 29 > Categorie: VNCI Stoffenbeleid > Datum: 16 jul 2009

Sinds 20 januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in- en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag over dit onderwerp.

Vraag: welke criteria gelden er voor de milieugevaarsindeling voor stoffen?

Voor de milieugevaarindeling van stoffen en mengsels moet worden vastgesteld welke gevaren zij vormen voor het aquatisch milieu. Dit gebeurt aan de hand van de gegevens over acute aquatische toxiciteit (giftigheid voor vissen, schaaldieren en/of algen) en gegevens over het lot van de stof in het milieu (afbreekbaarheid/persistentie en het vermogen om te bioaccumuleren).

Voor acuut toxische stoffen kent GHS (en CLP) één categorie. Stoffen worden ingedeeld in deze categorie indien:
  • 96 uur-LC50 (voor vissen) ≤ 1 mg/l en/of
  • 48 uur-EC50 (voor schaaldieren) ≤ 1 mg/l en/of
  • 72 of 96 uur-ErC50 (voor algen of andere waterplanten) ≤ 1 mg/l
Stoffen met een chronisch aquatisch gevaar worden ingedeeld in één van de vier categorieën. Dit gebeurt op basis van zowel gegevens over acute toxiciteit als afbreekbaarheid en het vermogen om te bioaccumuleren.

Categorie 1 voor chronische toxiciteit:
  • 96 uur-LC50 (voor vissen) ≤ 1 mg/l en/of
  • 48 uur-EC50 (voor schaaldieren) ≤ 1 mg/l en/of
  • 72 of 96 uur-ErC50 (voor algen of andere waterplanten) ≤ 1 mg/l
  • en de stof is niet snel afbreekbaar en/of de proefondervindelijk bepaalde BCF bedraagt ten minste 500 (of, indien deze ontbreekt, de log Kow bedraagt ten minste 4).
Categorie 2 voor chronische toxiciteit:
  • 96 uur-LC50 (voor vissen) > 1 en ≤ 10 mg/l en/of
  • 48 uur-EC50 (voor schaaldieren) > 1 en ≤ 10 mg/l en/of
  • 72 of 96 uur-ErC50 (voor algen of andere waterplanten) ≤ 10 mg/l
  • en de stof is niet snel afbreekbaar en/of de proefondervindelijk bepaalde BCF bedraagt ten minste 500 (of, indien deze ontbreekt, de log Kow bedraagt ten minste 4), tenzij de NOEC voor chronische toxiciteit groter is dan 1 mg/l.
Categorie 3 voor chronische toxiciteit:
  • 96 uur-LC50 (voor vissen) > 10 en ≤ 100 mg/l en/of
  • 48 uur-EC50 (voor schaaldieren) > 10 en ≤ 100 mg/l en/of
  • 72 of 96 uur-ErC50 (voor algen of andere waterplanten) > 10 tot ≤ 100 mg/l
  • en de stof is niet snel afbreekbaar en/of de proefondervindelijk bepaalde BCF bedraagt ten minste 500 (of, indien deze ontbreekt, de log Kow bedraagt ten minste 4), tenzij de NOEC voor chronische toxiciteit groter is dan 1 mg/l.
Categorie 4 voor chronische toxiciteit is een vangnetcategorie. Stoffen worden in deze categorie ingedeeld indien de stoffen op grond van bovengenoemde criteria niet kunnen worden ingedeeld maar er wel redenen tot zorg zijn. Voorbeeld zijn stoffen waarvoor geen acute toxiciteit kan worden vastgesteld maar die wel persistent en bioaccumulerend zijn.

Voor zeer toxische stoffen (L(E)C50 < 1 mg/l) wordt bovendien een zogenaamde M-factor vastgesteld. Deze M-factor is van belang bij het vaststellen van de indeling van mengsels waarin deze stoffen zitten. Daarover een volgende keer meer.

Ook een vraag over CLP? Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well

VNCI-leden lezen verder over CLP in het bijbehorende dossier op het VNCI-ledennet ->

Blijf automatisch op de hoogte via de wekelijkse VNCI-nieuwsbrief


RSS-logo Abonneer uzelf via RSS op de nieuwsbrief