Sinds 20
januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe
regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en
verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in-
en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week een vraag over dit onderwerp.
Vraag: welke criteria gelden er voor de milieugevaarsindeling voor stoffen?
Voor
de milieugevaarindeling van stoffen en mengsels moet worden vastgesteld
welke gevaren zij vormen voor het aquatisch milieu. Dit gebeurt aan de
hand van de gegevens over acute aquatische toxiciteit (giftigheid voor
vissen, schaaldieren en/of algen) en gegevens over het lot van de stof
in het milieu (afbreekbaarheid/persistentie en het vermogen om te
bioaccumuleren).
Voor acuut toxische stoffen kent GHS (en CLP) één categorie. Stoffen worden ingedeeld in deze categorie indien:
- 96 uur-LC50 (voor vissen) ≤ 1 mg/l en/of
- 48 uur-EC50 (voor schaaldieren) ≤ 1 mg/l en/of
- 72 of 96 uur-ErC50 (voor algen of andere waterplanten) ≤ 1 mg/l
Stoffen
met een chronisch aquatisch gevaar worden ingedeeld in één van de vier
categorieën. Dit gebeurt op basis van zowel gegevens over acute
toxiciteit als afbreekbaarheid en het vermogen om te bioaccumuleren.
Categorie 1 voor chronische toxiciteit:
- 96 uur-LC50 (voor vissen) ≤ 1 mg/l en/of
- 48 uur-EC50 (voor schaaldieren) ≤ 1 mg/l en/of
- 72 of 96 uur-ErC50 (voor algen of andere waterplanten) ≤ 1 mg/l
- en
de stof is niet snel afbreekbaar en/of de proefondervindelijk bepaalde
BCF bedraagt ten minste 500 (of, indien deze ontbreekt, de log Kow
bedraagt ten minste 4).
Categorie 2 voor chronische toxiciteit:
- 96 uur-LC50 (voor vissen) > 1 en ≤ 10 mg/l en/of
- 48 uur-EC50 (voor schaaldieren) > 1 en ≤ 10 mg/l en/of
- 72 of 96 uur-ErC50 (voor algen of andere waterplanten) ≤ 10 mg/l
- en
de stof is niet snel afbreekbaar en/of de proefondervindelijk bepaalde
BCF bedraagt ten minste 500 (of, indien deze ontbreekt, de log Kow
bedraagt ten minste 4), tenzij de NOEC voor chronische toxiciteit
groter is dan 1 mg/l.
Categorie 3 voor chronische toxiciteit:
- 96 uur-LC50 (voor vissen) > 10 en ≤ 100 mg/l en/of
- 48 uur-EC50 (voor schaaldieren) > 10 en ≤ 100 mg/l en/of
- 72 of 96 uur-ErC50 (voor algen of andere waterplanten) > 10 tot ≤ 100 mg/l
- en
de stof is niet snel afbreekbaar en/of de proefondervindelijk bepaalde
BCF bedraagt ten minste 500 (of, indien deze ontbreekt, de log Kow
bedraagt ten minste 4), tenzij de NOEC voor chronische toxiciteit
groter is dan 1 mg/l.
Categorie 4 voor chronische
toxiciteit is een vangnetcategorie. Stoffen worden in deze categorie
ingedeeld indien de stoffen op grond van bovengenoemde criteria niet
kunnen worden ingedeeld maar er wel redenen tot zorg zijn. Voorbeeld
zijn stoffen waarvoor geen acute toxiciteit kan worden vastgesteld maar
die wel persistent en bioaccumulerend zijn.
Voor zeer toxische
stoffen (L(E)C50 < 1 mg/l) wordt bovendien een zogenaamde M-factor
vastgesteld. Deze M-factor is van belang bij het vaststellen van de
indeling van mengsels waarin deze stoffen zitten. Daarover een volgende
keer meer.
Ook een vraag over CLP?
Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well
VNCI-leden lezen verder over CLP in het bijbehorende dossier op het VNCI-ledennet ->