Door intensiever gebruik te maken van chemische producten en zijn
toepassingsmogelijkheden wordt er wereldwijd minder CO2 uitgestoten dan
wanneer chemie achterwege blijft. Hierdoor kunnen de
klimaatdoelstellingen op het gebied van minder CO2-uitstoot eenvoudiger
gehaald worden. Dat blijkt uit een onderzoek van
organisatie-adviesbureau McKinsey & Co naar de CO2-uitstoot tijdens
de levenscyclus van met chemische producten vervaardigde producten.
Het rapport is dinsdag 7 juli 2009 ter gelegenheid van de
G8-topconferentie in Rome gepresenteerd. Opdrachtgever was de
International Council of Chemical Associations (ICCA), de mondiale
organisatie voor de chemische industrie, waarvan de Vereniging van de
Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) onderdeel
uitmaakt.
In 2005, het jaar van onderzoek, stootte de chemische industrie in
totaal 3,3 gigaton CO2 uit. De producten die daarbij gemaakt werden,
bespaarden echter tussen de 6,5 en 8,5 gigaton CO2-emissies ten opzichte
van de beste alternatieven van niet-chemische herkomst. Tegenover elke
eenheid CO2 die de chemische industrie uitstoot om producten
te maken, staat daarom een besparing van 2,2 en 2,6 eenheden in de verdere
levenscyclus van deze producten.
Deze
winst werd onder meer geboekt door de isolatie van woningen (die 40%
van de winst voor zijn rekening neemt), kunstmest,
gewasbeschermingsmiddelen, verlichting, kunststof verpakkingen,
coatings voor schepen, synthetische weefsels en kunststoffen voor de
auto-industrie. Al deze toepassingen leidden tot een beperking van de
totale CO2-belasting. Daarmee zorgde de chemie ervoor dat er in 2005
totaal tussen de 8 tot 11% minder CO2 werd uitgestoten dan wanneer
chemische producten achterwege bleven.
Méér chemie leidt echter nog
niet automatisch tot een beter milieu. De uitgewerkte scenario’s laten
zien dat de groei van de wereldbevolking en de welvaart, zelfs met de
inzet van de beste bestaande technologie, nog steeds voor meer
CO2-uitstoot zorgt. Daarom zijn verdere technologische ontwikkelingen
nodig om productieprocessen en producten nog meer te verbeteren en zo
de CO2-emissie en andere milieu-effecten te beperken. Op
deze terreinen is in de afgelopen jaren al grote vooruitgang geboekt,
maar het tempo van verbeteringen zal verder omhoog moeten.
In de McKinsey-studie zijn de berekeningen geëxtrapoleerd naar 2030.
Als er wereldwijd inderdaad meer aandacht gegeven wordt aan
energie-efficiency en duurzaam grondstofgebruik, dan kan de
CO2-besparing door de chemische industrie toenemen tot 4 à 5 gigaton
per uitgestote gigaton CO2. De rol van de chemiesector is in dat
scenario dan van nog groter belang om de mondiale
klimaatdoelstellingen te realiseren dan dat die op dit moment al is.
ICCA en VNCI vinden het van groot belang dat er een wereldwijd
CO2-reductiekader wordt gevormd op basis van een gelijk speelveld om
marktverstoringen te voorkomen. Hierbij moet volgens de organisaties
veel aandacht uitgaan naar innovatie van energie-efficiency en het
duurzaam gebruik van grond- en brandstoffen. Ook vanuit de
maatschappelijke optiek is een actief en krachtig nationaal en
internationaal beleid dringend gewenst.
Neem voor meer informatie contact op met Jan Willem Vreuls, hoofd communicatie VNCI, via 070 337 87 30 of
vreuls@vnci.nl.
VNCI-leden lezen verder over klimaatverandering in het bijbehorende dossier op het VNCI-ledennet ->