Sinds 20 januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze
nieuwe regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering
en verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de
in- en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week
één vraag over dit onderwerp.
Vraag: onlangs is bijlage I van
de stoffenrichtlijn 67/548/EEG (de lijst van gevaarlijke stoffen)
ingetrokken. Deze is vervangen door tabel 3.2 van bijlage VI van de
CLP-verordening (geharmoniseerde indelingen). Bij de informatie over de
etikettering van stoffen in deze lijst worden zowel de voorgeschreven
risicoaanduidingen (R-zinnen) als de veiligheidsaanbevelingen
(S-zinnen) vermeld. In tabel 3.1 van dezelfde bijlage worden voor
dezelfde stoffen de indelingen op basis van de GHS-criteria gegeven.
Daarbij zijn wel de gevaarsaanduidingen (H-zinnen) gemeld, maar niet de
voorzorgsmaatregelen (P-zinnen). Vanwaar dit verschil?
Bij
de totstandkoming van de CLP-verordening is ervoor gekozen om de
P-zinnen voor stoffen met geharmoniseerde indelingen niet voor te
schrijven. P-zinnen zijn namelijk indelingsgebonden. Voor elke
gevarenklasse zijn in Bijlage I, delen 2 t/m 5, tabellen opgenomen met
(mogelijke) etiketteringselementen, waaronder de P-zinnen, die kunnen
worden gebruikt. In bijlage IV (lijst van voorzorgmaatregelen) worden
bovendien per P-zin criteria gegeven voor de toepassing ervan. Volgende
week zal aan de hand van een voorbeeld worden geïllustreerd hoe de
selectie van P-zinnen voor een stof met een geharmoniseerde indeling
plaatsvindt.
Ook een vraag over CLP?
Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well
VNCI-leden lezen verder over CLP in het bijbehorende dossier op het VNCI-ledennet ->