Home
Chemie en...
AAA

VNCI online

Rss-feed Blijf bij @ RSS-feed
Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

Chemie in 2030

Toekomst chemie
Bekijk het rapport

Artikelen uit de Chemie nieuwsbrief

<< Bekijk alle nieuwsbriefartikelen

De CLP-vraag van week 16: hoe pas ik harmonisatie toe?

Uitgave: Nieuwsbrief 2009 week 20 > Categorie: VNCI Stoffenbeleid > Datum: 14 mei 2009

Sinds 20 januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in- en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week één vraag over dit onderwerp.

Vraag: CLP voorziet in harmonisatie van indeling en etikettering van stoffen. Hoe moet deze geharmoniseerde indeling door bedrijven worden toegepast?

In vraag 15 is uitgelegd wat wordt verstaan onder 'harmonisatie van indeling en etikettering'. Bij het toepassen van deze geharmoniseerde indeling geldt als hoofdregel dat als voor een stof een geharmoniseerde indeling en etikettering is vastgesteld (dus is opgenomen in bijlage VI, deel 3), deze indeling moet worden gebruikt (artikel 4, derde lid van de CLP-verordening).

Het kan zijn dat een stof ook valt onder één of meer gevarenklassen of onderverdelingen waarvan in bijlage VI, deel 3, geen melding wordt gemaakt. In dat geval dient voor die gevarenklassen of onderverdelingen de indeling en etikettering worden vastgesteld volgens de regels in titel II van de CLP-verordening.

Omdat de criteria voor GHS-indelingen niet één op één overeenkomen met de criteria voor indeling in de stoffenrichtlijn, komen de indelingen van stoffen volgens de stoffenrichtlijn niet in alle gevallen overeen met de indelingen van stoffen volgens CLP. Dit geldt met name voor fysische gevaren, acute toxiciteit en specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaalde blootstelling. De gegevens over fysische gevaren zijn geëvalueerd en de indeling van stoffen zijn overeenkomstig aangepast. De indeling van stoffen op basis van acute toxiciteit en specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaalde blootstelling zijn niet aangepast. De in bijlage VI opgenomen GHS-indelingen moeten voor deze eigenschappen worden gezien als minimumindelingen.

Deze indeling moet worden gebruikt tenzij aan een of beide van onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
  • de fabrikant of importeur heeft toegang tot gegevens of andere informatie, die leidt tot indeling in een hogere categorie dan de minimumindeling. In dat geval geldt de indeling in de ernstigste categorie.
  • de minimumindeling kan worden verfijnd met behulp van de omzettingstabel in bijlage VII als de fabrikant of importeur de fysische toestand van de stof die in de test betreffende acute toxiciteit bij inademing is gebruikt, kent. De indeling die resulteert uit bijlage VII komt dan in de plaats van de in bijlage VI, deel 3 vermelde minimumindeling, als die anders is.
Een minimumindeling voor een categorie is in de kolom 'Indeling' in tabel 3.1 met een asterisk (*) aangegeven. Wanneer er een * staat, kan het nodig zijn voor deze vermelding bijzondere aandacht te besteden aan de indeling voor acute toxiciteit.

Ook een vraag over CLP? Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well

VNCI-leden lezen verder over CLP in het bijbehorende dossier op het VNCI-ledennet ->

Blijf automatisch op de hoogte via de wekelijkse VNCI-nieuwsbrief


RSS-logo Abonneer uzelf via RSS op de nieuwsbrief