Sinds 20
januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe
regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en
verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in-
en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week één
vraag over dit onderwerp.
Vraag: CLP voorziet in harmonisatie
van indeling en etikettering van stoffen. Hoe moet deze geharmoniseerde
indeling door bedrijven worden toegepast?
In vraag 15
is uitgelegd wat wordt verstaan onder 'harmonisatie van indeling en
etikettering'. Bij het toepassen van deze geharmoniseerde indeling
geldt als hoofdregel dat als voor een stof een geharmoniseerde indeling
en etikettering is vastgesteld (dus is opgenomen in bijlage VI, deel
3), deze indeling moet worden gebruikt (artikel 4, derde lid van de
CLP-verordening).
Het kan zijn dat een stof ook valt onder één
of meer gevarenklassen of onderverdelingen waarvan in bijlage VI, deel
3, geen melding wordt gemaakt. In dat geval dient voor die
gevarenklassen of onderverdelingen de indeling en etikettering worden
vastgesteld volgens de regels in titel II van de CLP-verordening.
Omdat
de criteria voor GHS-indelingen niet één op één overeenkomen met de
criteria voor indeling in de stoffenrichtlijn, komen de indelingen van
stoffen volgens de stoffenrichtlijn niet in alle gevallen overeen met
de indelingen van stoffen volgens CLP. Dit geldt met name voor fysische
gevaren, acute toxiciteit en specifieke doelorgaantoxiciteit bij
herhaalde blootstelling. De gegevens over fysische gevaren zijn
geëvalueerd en de indeling van stoffen zijn overeenkomstig aangepast.
De indeling van stoffen op basis van acute toxiciteit en specifieke
doelorgaantoxiciteit bij herhaalde blootstelling zijn niet aangepast.
De in bijlage VI opgenomen GHS-indelingen moeten voor deze
eigenschappen worden gezien als minimumindelingen.
Deze indeling moet worden gebruikt tenzij aan een of beide van onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
- de
fabrikant of importeur heeft toegang tot gegevens of andere informatie,
die leidt tot indeling in een hogere categorie dan de minimumindeling.
In dat geval geldt de indeling in de ernstigste categorie.
- de
minimumindeling kan worden verfijnd met behulp van de omzettingstabel
in bijlage VII als de fabrikant of importeur de fysische toestand van
de stof die in de test betreffende acute toxiciteit bij inademing is
gebruikt, kent. De indeling die resulteert uit bijlage VII komt dan in
de plaats van de in bijlage VI, deel 3 vermelde minimumindeling, als
die anders is.
Een minimumindeling voor een categorie is
in de kolom 'Indeling' in tabel 3.1 met een asterisk (*) aangegeven.
Wanneer er een * staat, kan het nodig zijn voor deze vermelding
bijzondere aandacht te besteden aan de indeling voor acute toxiciteit.
Ook een vraag over CLP?
Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well
VNCI-leden lezen verder over CLP in het bijbehorende dossier op het VNCI-ledennet ->