Home
Chemie en...
AAA

VNCI online

Rss-feed Blijf bij @ RSS-feed
Twitter Volg VNCI @ Twitter
LinkedIn Word lid @ LinkedIn
Facebook Vind leuk @ Facebook

Chemie in 2030

Toekomst chemie
Bekijk het rapport

Artikelen uit de Chemie nieuwsbrief

<< Bekijk alle nieuwsbriefartikelen

De CLP-vraag van week 13: hoe moet ik een mengsel indelen waarin een kankerverwekkende stof zit?

Uitgave: Nieuwsbrief 2009 week 16 > Categorie: VNCI Stoffenbeleid > Datum: 16 apr 2009

Sinds 20 januari 2009 is de zogenaamde CLP-verordening van kracht. Deze nieuwe regelgeving heeft grote gevolgen voor de indeling, etikettering en verpakking van chemische producten. Om bedrijven te helpen bij de in- en uitvoering van de nieuwe regels, behandelt de VNCI iedere week één vraag over dit onderwerp.

Vraag 12: hoe moet ik een mengsel indelen waarin een kankerverwekkende stof zit?

Op mengsels waarin CMR (Carcinogene, Mutagene en Reproductietoxische)-stoffen zitten is de somaanpak (zie CLP-vraag 11) niet van toepassing.

Mengsels met kankerverwekkende stoffen worden ingedeeld volgens de criteria in paragraaf 3.6.3 van bijlage I van de CLP-verordening. Dit houdt in dat mengsels in principe worden ingedeeld als kankerverwekkend als ten minste één bestanddeel als kankerverwekkend van categorie 1A, 1B of 2 aanwezig is boven een in de bijlage 1, tabel 3.6.2 genoemde concentratiegrens. Zo wordt een mengsel met ten minste 0,1% als kankerverwekkend, categorie 1A of 1B ingedeelde stof ingedeeld in categorie 1A respectievelijk 1B. Voor mengsels met een verdacht kankerverwekkende stof (categorie 2) is deze concentratiegrens 1%.

Wanneer testgegevens over het mengsel als geheel beschikbaar zijn, kan worden overwogen deze voor de indeling te gebruiken wanneer die effecten aantonen die niet uit de beoordeling op basis van de afzonderlijke bestanddelen blijken. In dergelijke gevallen moet aangetoond zijn dat uit de testresultaten voor het mengsel als geheel een conclusie kan worden getrokken, rekening houdend met de dosis en andere factoren zoals duur, waarnemingen, gevoeligheid en statistische analyses van testsystemen voor kankerverwekkendheid. Dit moet goed onderbouwd en gedocumenteerd zijn.

Wanneer het mengsel zelf niet op het gevaar voor kankerverwekkendheid is getest, maar er wel voldoende gegevens over soortgelijke geteste mengsels beschikbaar zijn om de gevaren van het mengsel adequaat te typeren, dan worden de extrapolatieregels van bijlage I, paragraaf 1.1.3 gebruikt (zie CLP-vraag 9). Voor mengsels met mutagene stoffen (bijlage I, paragraaf 3.5.3) en reprotoxische stoffen (bijlage I, paragraaf 3.7.3) gelden vergelijkbare regimes

Ook een vraag over CLP? Neem dan per e-mail contact op met VNCI-stoffensecretaris Dirk van Well

VNCI-leden lezen verder over CLP in het bijbehorende dossier op het VNCI-ledennet ->

Blijf automatisch op de hoogte via de wekelijkse VNCI-nieuwsbrief


RSS-logo Abonneer uzelf via RSS op de nieuwsbrief